zondag 24 december 2017

Merry Christmas

Als Zondagsfilosoof vind ik de feestdagen maar lastig. Kijk, vandaag is het zondag. Maar morgen en overmorgen dus eigenlijk ook. En nou kun je denken: ‘Ah, lekker makkelijk. Je kan gewoon kiezen welke van de drie je neemt voor publicatie’. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet voor een Zondagsfilosoof. 

Want als Friedrich Bauerhoff wil ik natuurlijk bewustere keuzes maken dan dat. Ik wil een filosofisch onderbouwde reden hebben om een van de drie dagen te kiezen. 

En nou past keuzestress natuurlijk prima bij de feestdagen. Want met al die beslissingen kan er nog wel eentje bij. Laat ik nog even snel een hipsterbaard staan zodat ik deze met de laatste trend kan optuigen: glittertjes en mini kerstballen? 



Doe ik toch mee met de kerstgekte van die belachelijke truien en bestel ik nog even online een Star Wars kersttrui? 


Of ga ik dit jaar all the way en bestel ik een schreeuwend kerstpak? 


En daarbij dus ook deze: publiceer ik mijn Zondagsfilosoof op zondag, maandag (eerste kerstdag dus ook zondag) of dinsdag (ook een zondag)?

En nou zijn dit natuurlijk redelijk hilarische keuzestress-momentjes die je voor en rond de feestdagen kunt hebben. Er zijn er natuurlijk zat minder hilarische, maar minstens zo stressvol. Nodigen we vrienden uit of familie voor oudejaarsavond? Of vieren we het toch gewoon met z’n vieren en dan misschien om 12 uur samen met de buren buiten? En gaan we met kerst voor casual & easy of toch all-the-way chic? 

En met al die twijfel en onzekerheid gaan de mensen vervolgens massaal de straat op om nog even de laatste uit keuzestress ontstane inkopen te vergaren. En dat levert een tafereel op??!! 

Automobilisten die en masse verkeers- en gedragsregels op de openbare weg aan hun laars lappen. ‘Wat nou jij hebt voorrang want je komt van rechts??’ Of klanten in de winkels. ‘Hoezo ben jij aan de beurt en steelt de laatste reerug voor mijn neus weg, terwijl daar overduidelijk mijn naam op stond?’ ‘En hoezo ga je uitgebreid eerst je boodschappen inpakken voordat je gaat betalen?? Doe normaal!!’ ‘Doe normaal?? Doe zelf normaal!!’

Ik zeg het wel vaker: hoe dichter mensen op elkaar gepakt zitten, hoe gekkere dingen ze gaan doen. Ik heb het nog niet meegemaakt, maar het zou niet vergezocht zijn als er rond kerst gewonden of erger, doden vallen bij de massale spullenvergaring voor de feestdagen. Want niet alleen het voedsel- en drankprobleem moet opgelost. Nee, ook de berg met spullen die vergaart moet worden voor onder de kerstboom, levert de nodige zweetdruppels op. 

Nou hoorden we gisteren op de radio een item over het verduurzamen van ons leven. En er kwam een lijstje voorbij, een top 5 van zaken waar de meeste winst op te behalen is als je je leven wilt verduurzamen. Naast de open deuren die ingetrapt werden, stond met stip op 1: Spullen! 

Dus hoe minder spullen je hebt, des te duurzamer het is. Met name dure technologie (maar ook goedkope) bevat zoveel zeldzame grondstoffen en het delven daarvan schijnt dus extreem belastend op de aarde te zijn. 

Sowieso weer die cijfers: Momenteel verbruiken we 1.6 aarde terwijl we er maar 1 hebben. En als iedereen op aarde zou leven zoals wij in Nederland, zouden we 3.6 aardes nodig hebben. 

Dat zijn toch extreme getallen. Evenzo extreem als waarschijnlijk de omzet welke de middenstand en alle bedrijven die ons de feestdagen verkopen, zullen hebben gemaakt voor en tijdens de kerst. 

En hoe verhoudt dit alles zich tot de Christmas spirit? Het kerstgevoel? En belangrijker nog: welke zondag moet ik nou kiezen voor publicatie? Zondag? Zondag (maandag)? Of Zondag (dinsdag)???

En moet ik bij deze keuzestress niet ook duurzaamheid in acht nemen? Want dat blijkt toch maar weer het sleutelwoord te zijn bij alles wat je overweegt te doen. 

Want dat heeft de samenleving van ons gemaakt. Een particulier die overal professionele kennis van moet hebben, omdat je overal een verstandige en onderbouwde beslissing in moet maken. 

Nou kan ik natuurlijk benadrukken dat ik een ZONDAGSfilosoof ben die per definitie niet professioneel accountable kan worden gesteld. Maar iets zegt me dat je daar niet mee wegkomt tegenwoordig. Want ongetwijfeld zou het opstellen van mijn geschrijf veel duurzamer zijn wanneer ik het met potlood op papier zou doen, in plaats van op mijn door het milieu veel te duur betaalde smartphone. Hoe zou ik het dan vervolgens met mijn trouwe lezers delen? Die verwachten op zijn minst op een zondag een sociaal mediaal berichtje dat ik weer de kerstballen uit de boom geschreven heb om vervolgens die inspanning met hen te delen. 

Of moet ik alle trouwe lezers een met potlood geschreven brief sturen met de laatste Zondagsfilosoof daarop? 

Nee, dat zou niet werken want de post bezorgd niet op zondag. En maandag ook niet dus zou het op zijn vroegst Dinsdagfilosoof zijn en –sorry– dat gaat hem echt niet worden. 

Helaas ben ik bang dat Friedrich Bauerhoff binnenkort niet bekroont zal worden met het meest duurzame initiatief. 

En wat betreft de duurzaamheidsgedachte in de keuze van welke zondag? Fok dat ook!

Ik heb het al druk genoeg met onderwerpen bedenken en die uitwerken, naast natuurlijk alle andere keuzestress rond de feestdagen. Nee, sorry, dit jaar is Friedrich Bauerhoff nog schaamteloos niet-duurzaam. Volgend jaar gaan we het anders doen. Evenzo als de feestdagen zelf. Geen spullen meer aanschaffen, niet met de auto kerstinkopen doen maar met de fiets. En op een donker, muf zolderkamertje met potlood de Zondagsfilosoof opschrijven in veelvoud bij kaarslicht. Hoewel, hoe duurzaam zijn kaarsen eigenlijk? Oké, in donkere dagen rond kerst zal yours truely in het pikkedonker op een muf, klam, koud zolderkamertje de Zondagsfilosoof schrijven, in een persoonlijke brief aan u. 


En met dat Dickinsiaanse beeld laat ik achter en wens een ieder fijne feestdagen en alvast een gelukkig nieuwjaar. Dat al uw dromen uit mogen komen. Overigens is de keuze van welke zondag hiermee beslecht: elke andere zondag zou te laat zijn voor kerst wensen!

zondag 26 november 2017

Simpelweg doen

Het is natuurlijk mijn vak en daarom vallen mij dingen op over reclame. Dat zou je zeggen. Maar is het niet de aard van een zondagsfilosoof om iets in twijfel te trekken? Iets niet zomaar aan te nemen maar er gegronde redenen en verklaringen voor vinden? Misschien daarom kijk ik naar reclame met een andere blik. Betwijfel ik vaak slogans, pay-offs of boodschappen die reclame mij opdringt. Want ik wil helemaal niet Kaspersky Lab onthouden. Maar Gijs Staverman dringt het me op in zijn radio-commercial. Nou ja, niet zijn commercial. Hij spreekt enkel in. Maar ik weet het nu niet meer te vergeten. De naam van de laatste persoon dat zich aan me voorstelde weet ik niet meer, maar Kaspersky Lab weet ik wel. Ze maken reclame tegen ransomware. Maar ik voel me toch behoorlijk gegijzeld door deze kennis. De verzameling onnutte informatie die ik met me meedraag, hoopt zich maar op. 

Maar de zondagsfilosoof in mij vraagt zich dingen af over reclame. Meer dan de reclamevakman. En nou ben ik niet direct meer werkzaam in de reclame, maar toch, zijdelings maak ik nog steeds deel uit van de industrie. En als je reclame onder de noemer communicatie schaart, ben ik zowel professioneel als minder professioneel behoorlijk bezig binnen dat vakgebied. 

‘Alles is communicatie’ meen ik ooit een creatief (of meerdere) in de ‘Mad men’-industrie te hebben horen zeggen of gebruiken als spreekwoordelijke ‘talk to the hand’ gebaar, om minder wijze of inzicht hebbende collega’s wat wijsheid of inzichten bij te brengen. 

Dat in het achterhoofd, levert een breed scala aan manieren op hoe je iets over kunt brengen. En daar laat ik me dan ook gewenst en ongewenst door raken. Alles wat met mij communiceert. Ik kan het niet niet zien. Een stuk verwaarloosd verpakkingsmateriaal dat ergens op straat op de grond ligt, dringt het gezicht van een alien of een aap bij me op. 


Een bagagebak achterop een scooter. Weer een alien. 


Een moderne peukenbak ergens in London. Een Playmobil of Lego poppetje. 


Maar deze vallen allemaal onder de noemer gewenste onbedoelde communicatie. Onder de noemer ongewenste bedoelde communicatie valt Kaspersky Lab. En hoewel ik het niet gecommuniceerd wil hebben, kan mijn reclamekennis niet ontkennen dat deze boodschap dus werkt. Zowel de boodschap als de boodschapper blijft hangen. Ergens heeft iemand zijn werk goed gedaan. Maar het valt wel onder de noemer ‘Au, au, er zit een sterretje in mijn glas’-irritatie. 

Maar wat verder onder de ongewenst bedoelde communicatie valt is bijvoorbeeld ‘Luisteren geeft energie’. Ik zou net als schat ik, veel Medelanders het gewoon moeten lezen en laten rusten. Maar ik kan dat niet. Ik ga zitten broeden op wat die drie woorden nou eigenlijk zeggen. En natuurlijk, ik snap heel goed dat de energiereus hiermee de consument het gevoel wil geven dat er naar ze geluisterd wordt. En dat ze energie leveren. En natuurlijk, van een goed gesprek met iemand die inspireert, kun je energie krijgen, in de zin van wakker worden, terwijl je vlak ervoor zat in te dutten. 

Maar alszijnde energieleverancier moet ik ook denken aan dat je dus misschien wel energie op kunt wekken en verhandelen simpelweg door te luisteren. Zoals energie uit water (waterturbines), wind (windmolens), etcetera. Maar met luisteren is dat niet zo. Althans, als ik toevallig een nieuwe, verrassende, baanbrekende technologische ontwikkeling, die dit mogelijk maakt, heb gemist, dan wel. Eentje die geluidsgolven in energie om kan zetten. Zou Cool zijn. Ik schat zo in dat de Ziggo Dome, uh . . . Afas Live dan energie onafhankelijk zou kunnen zijn wanneer the Foo Fighters of Greenday een avondje komen raggen. Dat je dan je energie terugverdient wanneer je zit te vloeken en tieren op een vastlopende computer of traag internet. Ik zie de mogelijkheden wel voor me. De Amsterdam Arena, uh . . . Johan Cruyff Arena die door middel van het joel-koor van F-side (bestaat dat nog?) zijn lampen laat branden. Of dat met het kabaal van de motoren van de lokale motorclub de verlichting en afzuiginstallatie van een geheime wietplantage van stroom wordt voorzien. Dat zou nog slim zijn ook, want in ieder geval heb je dan één strafbaar feit minder. 

Maar ik ben bang dat die technologie nog niet bestaat. Al zie ik nu wel weer een andere betekenis voor de pay-off. Want als ze goed luisteren naar de klanten, kunnen ze daar wellicht een nieuwe technologie uitpeuren waarmee ze dan vervolgens weer energie kunnen leveren. Graag gedaan, energiegigant. Doe er wat mee. 

Vraag is natuurlijk wel of het schone energie te noemen is? Want de onwelvoeglijkheden die ik soms naar mijn trage connectie, vastlopende computer of op zwart blijvende tv werp zal niet echt schoon te noemen zijn. Maar misschien wel groen. ‘Jij stomme, *************, groene televisie die je d’r bent!!!!’

Ik weet het, echt boos was ik hier niet, maar ik speelde ook maar alsof. En ik probeer tenminste de communicatie open te houden. En wat doet die stomme tv ermee? Helemaal niets! Blijft gewoon zwart!

Afijn, genoeg over het Zwarte –he who shall not be mentioned– debat. Maar energie opwekken is wel een dingetje vind ik. Het houdt de gemoederen bezig. Krijgt mijn dochter bijvoorbeeld voor haar verjaardag lichtgevende schoenen; Led sneakers (en ik bedoel hier niet van die schoenen die peuters en kleuters dragen, nee, we hebben het hier over een wandelende discotheek!). Zou je zeggen: hier ligt een kans. Laten ze die gewoon liggen. Leveren ze er gewoon een snoertje met stekkers bij. Moeten de schoenen ’s nachts aan het stroom. En dat terwijl je van die coole tollen en stuiterballen en dergelijke hebt, die stroom opwekken en licht geven als ze bewegen. Wat een gemiste kans in die discostampers van mijn dochter. 

Maar zo zat ik laatst te fantaseren over zonnecellen op de flap van je laptop. Nooit meer even snel een stopcontact zoeken voordat hij uitgaat en je bestanden weg zijn die je stom genoeg al een uur lang niet bewaard hebt. Maar wat heeft dit nou allemaal met communicatie te maken? Nou, als alles communiceert, heeft alles dus de verantwoordelijkheid de juiste boodschap over te brengen. En dus niet meer vraagtekens op te roepen. Kijk, ik ben natuurlijk een kritische eikel maar ik vind ‘luisteren geeft energie’ ondanks alle rake bedoelingen, dus niet zo sterk als bijvoorbeeld ‘Just do it’. Toegegeven, wat is dat ‘it’ dan precies? Maar het roept veel minder vraagtekens op over het merk zelf, zijn bedoelingen. ‘Als jij nou maar gewoon gaat doen, kunnen wij je daar de kleding en materialen voor leveren.’ Niks vage quasi zweverig bedoelde (of onbedoelde) woorden, gewoon doen! Al struikel ik hier natuurlijk we gelijk over de campagne-leus van VVD bij de laatste verkiezingen. 

Zou Rutte zich hebben laten sponsoren? Hmmmm. 

Maar er valt natuurlijk ook best een zondagsfilosofische boom op te zetten over deze kreet. ‘Gewoon. Doen.’ Los van de betekenisvolle (althans, betekenisvol bedoelde) punt achter ‘Gewoon’ kan ik mezelf niet beletten aan een incident terug te denken in een debat tussen Wilders en Rutte een paar jaar geleden. ‘Doe normaal, man!’ ‘Doe normaal? Doe zelf normaal!’.

Recent begreep ik pas dat hier niet alleen de voor de hand liggende grens van ‘fatsoen’ overschreden werd, maar ook een protocol van de Tweede kamer. Je communiceert namelijk niet rechtstreeks tot de ander maar doet dit via de voorzitter. Maar afijn. 

Mij bekruipt dan het gevoel dat VVD hier dus poogt de rechtse of populistische kiezer bij PVV vandaan te pikken en tegelijk een ‘normaal’ fatsoen in de mens aan te spreken zodat iedereen voor VVD zou kunnen gaan. Maar dat werkt dus niet. ‘Iedereen’ is niet dom. Ik laat me dus niet misleiden door deze interpunctie-frats. En dus vind ik ook dit meer vraagtekens oproepen dan wegnemen. 

Maar de vraag of dit de Zondagsfilosoof in mij is of de reclameman is natuurlijk een goed vraagteken. Het is zo makkelijk andermans creaties neer te sabelen. Maar über filosofische vragen over het zelf en zijn creaties liggen natuurlijk veel lastiger. 

Gisteren of eergisteren hoorde ik een interviewtje met een communicatie-psycholoog naar aanleiding van weer zo’n wanstaltige marketing-hype: Black Friday. Al begreep ik gisteren bij het shoppen dat Black Friday ook Black Saturday, Black Sunday én Black Monday kan betekenen. Maar dat geheel terzijde. 

Deze man zei namelijk dat het brein wordt misleid door het mislopen van een aanbieding. Dan geeft het je het gevoel dat je iets verliest of verloren hebt. En deze ‘pijn’, dit onbehagelijke gevoel is 2,5 keer sterker dan het gevoel van iets niet kwijt zijn en iets bezitten waardoor we graag toegeven aan de koopdrang om ons maar niet bedrogen, verlaten of iets verloren zijnde te voelen. Op de vraag of we er iets tegen kunnen doen was het antwoord ja. Je moet vóór de aanschaf niet alleen bij jezelf te rade gaan  met ‘heb ik dit nodig?’, maar stel die vraag ook aan een ander. Die is namelijk niet zo sluw als wij voor onszelf zijn blijkbaar. Wijzelf kunnen legio redenen bedenken dat we iets wel moeten kopen, maar een ander laat zich veel minder leiden door je eigen bedotterij en zal veel kritischer zijn. ‘Je wilde toch een tafel? Toch niet een stoeltje dat daar zo leuk bij zal staan, want hij kleurt zo mooi bij je ogen???’

Dus zo zie je maar; het vergt heel wat discipline om jezelf kritische vragen te stellen. Maar gemakzucht is nooit een uitgangspunt bij grootse daden. Ik kwam gisteren een zelfbedachte IKO tegen. 

Een IKO is een Interessant Klinkende Opmerking. Ooit een bedenksel van een creatief bij een reclamebureau waar ik toen werkte. Traditie was een visitekaartje met achterop een IKO. Zelfbedacht of gekozen uit de verzameling van meer dan 2000 reeds verzonnen IKO’s. De Friedrich Bauerhoff in mij kon het natuurlijk niet nalaten er zelf een te verzinnen. Meerdere overigens. ‘Als je de pindakaas op de onderkant van de boterham smeert, valt hij altijd op de grond met de pindakaas naar boven’ bijvoorbeeld. Maar de IKO die ik hier wil communiceren is deze: ‘Waarom zou je iets überhaupt doen, als het makkelijk kan?’. 


Kijk, dit zijn natuurlijk eerder onnutte weetjes die je met je meedraagt, maar deze laatste haakt wel in op wat ik hiervoor zei. You can’t make an omelette, without breaking some eggs. Waar gewerkt wordt, vallen spaanders. 

Het voordeel van een IKO is wel dat ze doorgaans minder vraagtekens oproepen. Of juist één grote, maar dat is dan ook de bedoeling. Aan het denken zetten. Dat is wat ze doen. Simpelweg doen. Hé, Dat wordt mijn pay-off: Zondagsfilosofie. Simpelweg doen. 

Of wordt het nu toch weer té politiek? En misschien is de boodschap meer dat je iets simpelweg moet doen. Niet erover lullen, maar simpelweg doen.

De eerste anderhalve minuut van deze proclamatie door Benedict Cumberbatch van een brief van Sol LeWitt aan Eva Hesse. ‘Just do!!!!’

zondag 12 november 2017

Kent u dat gevoel?

Wanneer het voelt alsof je maar geen grip krijgt op je leven. Alsof er iets of iemand is die jouw touwtjes in handen heeft. Die de regie heeft over jouw bestaan zonder dat jijzelf het script kent. ‘Neem de regie over je leven’ zijn leuzen die gebruikt worden bij zelfhelp-cursussen. Mindfulness-trainingen. En wat dies meer zij. 

Maar regelmatig voelt het alsof je in de Truman-show zit. Dat je geen benul hebt wat er om de hoek staat te gebeuren. Zelfs 2 meter voor je, waarvan je toch echt kunt zien wat er is. Maar dan ontrolt zich een tafereel waar jij leidend voorwerp in bent (soms zelfs leidend onderwerp, of zelfs lijdend onderwerp. Nog erger: lijdend voorwerp) dat je toch echt niet aan zag komen. 

Ik heb ooit jaren voor de Truman-show het concept al eens bedacht. Dat wanneer jij de hoek van de straat omloopt, iedereen uit zijn rol stapt en zijn trailer opzoekt. Nog even de schmink ingaat voor de volgende hoek. Nog even zijn regels leest voor de volgende scène. ‘Hé, Herr Direktor. Moet ik deze zin met een lach zeggen, of met een snik in mijn stem?’

En ik heb werkelijk momenten meegemaakt die niet echt kunnen. Eén keer dat ik in de bus in Noord zat en er een oude vrouw, slecht ter been, op een halte de bus uitstapte en dat ze vervolgens 2, 3 haltes verder weer instapte. Dezelfde vrouw. En nou hoor ik u denken ‘Voor een adolescente jongeling zien alle oude vrouwtjes er hetzelfde uit’ maar ik zweer u: het wás dezelfde vrouw. 


Van die dingen. A glitch in the matrix. Of dat ik een keer aan de praat kwam met een man op het kerstfeest van het reclamebureau waar ik werkte en dat deze man me een opmerkelijk stuk advies gaf. En dat later bij navraag bij collega’s niemand wist wie hij was. Of die keer dat ik eens iets in de lucht zag vliegen dat eruit zag als een volle vuilniszak, op zijn kop, maar dan zo hoog en zo langzaam, dat je het even niet meer snapt. En natuurlijk te laat voor een foto. 

Oké, oké. UFO’s en mysterieuze boodschappers zijn niet persé tekenen van dat anderen de regie over jouw leven hebben, maar u kunt niet ontkennen dat het hebben van de regie over uw eigen leven meestal eerder utopisch is dan werkelijkheid. 

En hoe zit dat dan, die drang naar de regie willen hebben? Die controlezucht? Is dat dan het ultieme doel? Het summum in maakbaarheid? Of is maakbaarheid het summum? Dat we alles en dus ook onszelf in de tang hebben? Klinkt meer als gevangenschap dan vrijheid. 

En wat doet het sterfelijke dan met die maakbaarheid? ‘We think we’re inmortal for a limited time.’ 

En natuurlijk zie je overal mensen, wetenschappers, regisseurs die trachten controle te krijgen over het sterven. Kijken of ze het sterven op zijn minst uit kunnen stellen. Er zijn zelfs mensen die beweren dat je niet hoeft te sterven als je daar maar sterk genoeg in gelooft. En nou weet ik niet of er al overlevenden zijn van die ideologie, maar misschien dat we die in de komende 10, 20 jaar kunnen meemaken. Als wijzelf zolang leven althans. 

Maar wanneer heb je volkomen regie over je leven? Wanneer heb je dat moment bereikt? En is dat dan niet opeens vreselijk saai? Dat moment waarop je weet dat je niets anders meer hoeft dan te doen wat jijzelf in je agenda hebt gezet. Dat er geen verrassing meer aan zit te komen. Dat je niet meer geconfronteerd wordt met slecht acteren door oude vrouwtjes die het script niet volgen. En dat je geen raadgeving meer nodig hebt want je weet alles al. En wat is dat: alles weten? Hoe leer je dat? Heb je daar dan geen superbrein voor nodig?

Oja, daar zijn ze ook mee bezig. 


Ik moet opeens denken aan de frustratie van Kasparov die zwaar ontdaan van tafel wegliep, nadat Deep Blue hem verslagen had in 1996. 

Maar alles lijkt dus om controle te gaan. Over jezelf, je gezin, je buurt, het land, de buurlanden, de aarde, de dieren, de mensheid. Zelfs wezens waarvan überhaupt nog niet bewezen is dat ze bestaan, moeten zich overgeven aan onze controlezucht. Denk aan de film Inpedendance Day. 

En dan moet ik weer terugdenken aan een filosofische podcast van de BBC die ik laatst luisterde, waarin een filosofe stelde dat er geen vrije keuze bestaat, als je kijkt hoe het heelal is opgebouwd. Want alles in het heelal volgt dezelfde natuurwetten waardoor vrije keuze per definitie onbestaanbaar is. Daar heb ik het ook al eens eerder over gehad. 

Maar hoe kan het dan toch dat wij denken dat dat niet zo is? Dat elk mens denkt dat principe wel even te veranderen. We zijn zó slim en tegelijkertijd zó dom. 

Misschien is het wel zo, dat we het ‘alles snappen’ niet aankunnen. Kijk maar naar existentiële depressies en waar die toe kunnen leiden. Ik heb me ooit laten vertellen dat er jaarlijks meerdere studenten psychologie of filosofie aan de universiteit van Groningen zelfmoord plegen omdat ze ‘De zin van het leven’ niet aankunnen. 

En nou laat ik me wel meer vertellen, uiteraard. Maar dat neemt niet weg dat proberen het bestaan in zijn volledigheid te begrijpen, best wel zwaar op de psyche van een persoon zou kunnen wegen. 

Maar dan toch weer opstaan na het vallen en weer doorgaan. Weer die controle willen leren krijgen. Die macht willen grijpen. Die supercomputer willen maken. 

Ik realiseer me nu dat een idee dat ik ooit had –dat wij slechts een middel zijn voor de volgende stap in de evolutie: namelijk de zelfdenkende, zelfbewuste robot– misschien wel meer draagkracht krijgt hierdoor. Want ik zeg net zelf dat er een superbrein voor nodig is om alles te weten. En een robot hoeft niet van de wijs gebracht te worden, door zoiets als emotie, lusten en driften, controlezucht. Een supercomputer is per definitie in controle. Misschien is het toch wel ons hoogst haalbare: de supercomputer. 

Als dat tenminste ons doel is. Want dat kan morgen natuurlijk weer anders zijn. Gezien het feit dat we af en toe nog steeds niet ‘de regie over ons leven’ lijken te hebben. ‘Herr Direktor. What’s my motivation?’

zondag 5 november 2017

Geldwolven, spaarvarkens, makke schapen en weldoeners

Er doemde me deze week iets voor ogen toen ik in Nordhorn, Duitsland over de parkeerplaats van een winkelcentrum liep. ‘Waarom al dat blik?’ 

Als er iets is dat beschaving, intellect en geestelijke ontwikkeling ons bijgebracht zou moeten hebben, is dat toch wel een zelfoverstijgend idee van dingen? Van denken? Visie over hoe we iets verstandig, duurzaam en verantwoord moeten maken? Voor de toekomst? Voor onze kinderen? Voor later? Waarom dan regeert hebzucht, consumptief gedrag en egocentrisch denken nog steeds? 

Eerder deze week vond ik het wel bemoedigend om te lezen wat Jacinda Ardern zei, de 37-jarige nieuwe president van New Zealand. Ze zei dat kapitalisme een onverholen mislukking is gebleken. Hiermee doelde ze vooral op het uitblijven van profijt dat de werk- en dakloze onderkant van de Nieuw Zeelandse samenleving heeft van voornoemd economisch ordeningsprincipe, maar het prikkelde weer mijn filosofie dat geld meer kapot maakt dan je lief is. Of op zijn minst niet persé iedereen bedient. 

Of beter gezegd; het eindeloos opwaarderen van geld als definitie voor waarde klopt niet. Waarde is geen synoniem voor geld, maar geld is slechts een middel om de waarde van iets uitwisselbaar te maken, wanneer directe waardering onduidelijkheden op kan leveren. 

Daar is-ie weer. Mijn stokpaardje. ‘Weg met geld!’ Ik kan er niets aan doen maar ik ben nog steeds, en zal dat wellicht altijd blijven, overtuigd dat geld niet een doel in zichzelf is maar een middel. Een afspraak waarmee waarde van iets gedefinieerd kan worden. Geld op zich is niks en doet veel meer kwaad dan goed. 

Al dat blik bijvoorbeeld op die parkeerplaats in Nordhorn, welke overigens belachelijk vaak een gele nummerplaat droeg. Daar staat heel veel ‘geld’. Ik zag althans het overgrote merendeel aan auto’s die niet veel eerder dan 2, 3 jaar terug ergens van een lopende band af waren gerold. En dan schat ik zo in dat er best wel meer dan tien miljoen euro’s aan blik stond op die parkeerplaats, give or take a few million. Dat zou dan toch symbool moeten staan voor veel waarde, maar mij bekroop het gevoel dat er slechts kortzichtig denken aan ten grondslag ligt van deze overdaad. Want dat is het: overdaad. Waarom is mobiliteit zo eenzijdig vermarkt? 

Onafhankelijkheid door middel van mobiliteit betekent dus in dit geval het hebben van je eigen stuk overprized blik. Want: aanschaf = duur, onderhoud = duur, brandstof = duur, verzekering = duur, wegenbelasting = ook duur en dan hebben we het nog niet eens over de waardedaling van een auto en belasting op het milieu welke –niet eens persé voor één auto, maar een parkeerplaats vol– ook uitermate duur betaald wordt door de natuur op deze aarde. 

Bedenk me nu dat de natuur op deze manier ook ‘belasting’ betaald. Belast wordt. Maar dat terzijde. 

Terwijl als er aan het begin van het realiseren van individuele mobiliteit duurzaam wordt nagedacht, er wellicht veel efficiëntere manieren zijn te bedenken om mensen van A naar B te krijgen. Zonder persé in te boeten op die gekoesterde individualiteit. 

Maar kapitalisme gebiedt dat een autoproducent niet nadenkt over de verantwoordelijkheid ten aanzien van meer dan winst en de wensen van aandeelhouders en het halen van wettelijke normen, welke weer onder druk van kapitalisme minimale verantwoordelijkheid vraagt ten aanzien van het milieu en duurzaamheid, waardoor de verantwoordelijkheid bij aanschaf verplaatst naar een particulier individu die daardoor (want maar 1 persoon) niet verder denkt dan diens eigen straatje lang is en wiens ideologie niet is gevormd door duurzaamheid en ideeën over de toekomst, maar door ouderwetse, kapitalistische, schijn-welvaartsideeën welke collectieve verantwoordelijkheid verpulverd tot een consumerend individu die weer in de illusie leeft dat het zo goed is. Normaal is. 

Ook al eerder genoemd door mij, is de van oorsprong Duitse architect Thomas Rau. Deze man met visie stelt dat bezitten achterhaald is. Hij stelt dat met het bezitten van spullen onnodige consumptie in de hand wordt gespeeld en de verantwoordelijkheid van spullen wordt verschoven naar individuen die per definitie niet op duurzaamheid gebaseerd is. Wanneer de duurzaamheid van iets verantwoordelijkheid blijft van een producent zal deze vanzelf veel duurzamer produceren dan wanneer die verantwoordelijkheid zich naar een consument verschuift, wanneer deze iets aanschaft. 

Hij geeft als voorbeeld dat wanneer hij een gebouw ontwerpt, hij geen lampen wil aanschaffen en bezitten, maar hij wil verlichting afnemen van de producent. Daarmee blijft de verantwoordelijkheid van de lampen en dus hoelang ze meegaan bijvoorbeeld, de energie die ze verbruiken, en de eventuele schadelijkheid van gebruikte grondstoffen voor het milieu bij die producent. Dat zou de producent veel meer dwingen aan duurzaamheid te denken, dan wanneer het eigenaarschap verplaatst door aanschaf. Want als eigenaarschap verplaatst naar de consument is het interessanter voor de producent dat iets juist niet lang meegaat. Want dat levert dan meer winst op, enzovoort. 

Maar wanneer eigenaarschap bij de producent blijft en op deze manier ‘iets bezitten’ op den duur uit het geluksplaatje van de mens wordt gehaald, zal ook daar het consumptieve gedrag van de mens veranderen. Consumeren kan dan veel meer over enkel voeding en diensten gaan dan over het hebben (en opgebruiken) van spullen. 

Wanneer een producent of leverancier verantwoordelijk blijft voor het plastic waar ze iets in verpakken, worden ze gedwongen daar beter over na te denken. Wanneer de milieubelasting van een auto de verantwoordelijkheid blijft van de maker zal deze gedwongen worden zuiniger en duurzamer auto’s te maken. 

Omdenken lijkt zo makkelijk maar blijkbaar ligt het ons niet in de natuur. Hoewel het gelukkig wel steeds vaker voorkomt, merk ik. 
Eerder deze week zag ik op het nieuws de Saoedische Prins zijn progressieve ideeën voor de toekomst presenteren en ook daar werd ik een beetje blij van. Verworven geld eindelijk eens gebruiken voor waar het voor is: uitgeven aan investeringen die echte waarde hebben. Niet alleen maar het palindromische geld-maakt-geld-principe in stand houden. Maar geld uitgeven aan vernieuwingen die bijdragen aan een betere toekomst. Zelfs robots blijken in Arabië burgerschap te kunnen krijgen. Al las ik weer dat ze dan meer rechten hebben dan vrouwen in de oliestaat, maar ook dat is aan verandering onderhevig. Vrouwen mogen al autorijden en sinds kort ook naar het sportstadion. Of zouden ze dan robots de auto laten besturen? En net vanochtend horen wij dat de prins bij koninklijk decreet een anticorruptie team heeft aangesteld die gelijk tientallen rijke prinsen en andere invloedrijke Saudiërs heeft gearresteerd. Dat hakt erin. Maar corruptie tegengaan is ook een manier onnodig geldbejag aan te pakken. Want als het niet interessant is een klus te doen omdat je daarmee een extra zakcentje kunt meepikken, kunnen de klussen veel meer gaan waar ze eigenlijk over gaan. Al is het natuurlijk wel interessant om te kijken of deze progressieve kroonprins niet al te megalomane trekjes krijgt en zijn rol niet in de richting van een dwingeland duwt. We shall see.

Maar hoe ziet een wereld zonder geld er dan uit? Ik weet het ook nog niet, maar het is er wel tijd voor, mijns inziens. Al zou het veel mensen die veel geld hebben natuurlijk vreselijk zenuwachtig maken. Maar dat is precies mijn punt. Geld als doel is onzinnig en zorgt enkel voor onnodige problemen. 

Helaas zijn er natuurlijk hele imperia en samenlevingen op gestoeld dat geld meer is dan het is. Maar als we nou kunnen beginnen met het bezitten van spullen te devalueren, dan zou dat al een goed begin zijn. 

En ik kan voor mezelf nog steeds geen heldere conclusies trekken aan de hand van het principe van een basisinkomen voor iedereen, maar ik kijk halsreikend uit naar de experimenten in Finland bijvoorbeeld en enkele Nederlandse gemeenten, meen ik. 

Het is mij er uiteraard niet om te doen iets voor niets te krijgen. Maar als aanzet om te zien wanneer geld er niet meer toe doet, of dat de mens dan beter maakt. Creatiever. Onafhankelijker van ideeën als bezit en consumptie en dat het doen van iets beter beloond wordt als het niet meer over met geld belonen gaat. Zeg nou zelf: een staande ovatie krijgen voor iets dat je gedaan hebt is onbetaalbaar. Tuurlijk je kunt geen boterham smeren met een staande ovatie, maar wanneer geld er niet meer toe doet wellicht wel. Misschien dat het krijgen van een hand-out dan juist je ego een boost geeft. ‘Dat heb ik maar mooi voor elkaar gekregen, die belegde boterham. Benieuwd of ik er een volgende keer sushi van kan maken?’. En het is natuurlijk heel moeilijk niet meer aan geld te denken, want ik hoor u tegenwerpen ‘Ja, dan gaat het dus toch over geld, want sushi is duurder dan een boterham?’ Nee, sushi is waardevoller dan een boterham met kaas, maar niet alleen in geld uitgedrukt. Waardeverschil zal altijd blijven, alleen moet geld niet de norm zijn. Enkel het middel. 

Maar de machthebbers, aandeelhouders en captains of industry zijn helaas nog steeds staande met dollartekens in de ogen. Elke investering gaat nog steeds over of het zich terugverdient. Niet over het al dan niet slagen van hetgeen waarin geïnvesteerd is. 

Dat schijnt bij gemeenten ook zo te werken. Vooraf wordt een doel bedacht –al dan niet gebaseerd op de realiteit– en wanneer dat gehaald wordt is hef goed. Is de missie geslaagd. Zonder dat er gecheckt wordt of het behaalde doel een verbetering oplevert voor burgers, een wijk, een buurt, een straat, een samenleving. Nee, het gestelde doel is behaald, dus het is goed. 

Nergens in het plaatje speelt de burger een rol behalve als generiek, illustratief poppetje in het initiële plan. Een cijfer, een statistisch gegeven. Meer niet. Daar zie je dus dat financieel gestelde doelen meer waarde hebben dan de burger. En dat klopt gewoon niet. Iemand die het volk dient moet te allen tijde dat voor ogen hebben: het dienen van het volk. Niet het dienen van de cijfers, de systemen, de Raad of de wethouder. De toezichthouder. De manager. 

Ach, hemeltje lief. De manager. Ik las laatst ergens dat managers een verborgen werkeloosheid symboliseren. Nogal een boude uitspraak maar als je erover nadenkt zouden er best wel situaties kunnen zijn waarbij managers onnodig ingezet worden uit incompetentie van anderen. ‘We komen er zo niet uit. Weet je wat? We zetten er een manager op van buitenaf. Die lost het wel op.’ Terwijl als de zittende mensen misschien eens bij elkaar gaan zitten en zelf overstijgend en omdenkend zouden brainstormen er wellicht een inhoudelijk veel kloppender oplossing uit zou kunnen komen. Die misschien minder over geld gaat. En waarschijnlijk ook minder kost. 

Maar ik in mijn eentje op mijn Zondagsfilosofen-zolderkamertje kom natuurlijk niet tot de lumineuze oplossing. Maar misschien als ik er maar vaak genoeg over door jammer, dat er dan iemand opstaat en zegt: ‘Laten we het dilemma in hemelsnaam zo en zo aanpakken. Dan houdt die verdomde Bauerhoff misschien eens zijn kop.’

Dat zou toch mooi zijn. Dat ik anderen weet te inspireren. Dát en dan gecombineerd met een paar invloedrijke, progressieve machthebbers zoals in Nieuw Zeeland en Saudie Arabië moeten toch op enerlei wijze het tij moeten kunnen keren? Of ga ik nu te ver door mijzelf op rij te plaatsen met deze invloedrijke innovatieven? Waarschijnlijk wel. Maar het geeft de burger moed te denken dat wat je denkt ertoe doet. Toch?

Hmm, deze soort zingeving moet ik komende week maar eens flink overdenken. 

zondag 15 oktober 2017

Boy, where the fuck am I?

Door Eberhard van der Laan zou ik willen dat ik meer Amsterdammer was. Want doorgaans vereenzelvig ik me niet met een plek. Een plek en mijn ik zijn slechts passanten. Oké, thuis is misschien een plek waarvan ik het gevoel kan hebben dat ik erbij hoor. Maar zeggen dat je jezelf een thuiser voelt doet niemand. Is zelfs een beetje dom en raar. Sowieso bestaat het woord niet eens. En mijn spellcheck beaamd dat. Of zou je thuizer met een ‘z’ moeten spellen. Grappig, er bestaat geen meervoud van thuis. En toch miljarden mensen –en wellicht dieren ook– hebben een uniek thuis. 

Maar ik heb me dus nooit echt een Amsterdammer gevoeld. Of een Nederlander. Een Europeaan weet ik al helemaal niet wat dat is. Maar daar zijn er meer van, schat ik zo. Misschien dat ze in Brussel daar een beter idee van hebben. Maar tegelijkertijd voelt dat weer een soort van hypocriet want zij moeten wel.

Maar het meest wat ik me voel is een wereldburger. Maar sinds Eberhard van der Laan zou ik me graag Amsterdammer willen voelen. Zo’n verbinder was hij. Hij wist mij te verbinden met iets dat ik nooit echt kon omarmen. Net zoals ik na het horen van de inaugaration speech van Barack Obama het gevoel had dat het toch echt wel goed zou komen met de mens ten opzichte van elkaar en in deze wereld. Dat is wat bepaalde mensen kunnen doen met woorden. Dus jezelf en een plaats kunnen verbonden worden door woorden van een ander. Dit klinkt als een bizarre rekensom. Plaats + ik + ( een ander + woorden ) = verbintenis. Of is het eerder Ik + ( een ander + woorden ) = verbintenis + plaats. 

Maar er zijn dus mensen die bij je veroorzaken dat je een beter mens wilt zijn. Die slecht doen vergeten en mooi, lief en goed in je aard lospeuren. Of tenminste de behoefte zo te zijn. Iets bij je op te wekken dat je voorheen niet was, voelde of wilde zijn. 

Het is een mooi fenomeen dat je iets dat je uit jezelf zou kunnen opwekken of oproepen, maar dat je niet doet omdat je dat eigenlijk zelf niet wilt, maar wat dan toch plotsklaps gebeurt door de woorden van een ander. 

En hoe triest het passeren van de burgemeester van deze sterfelijke werkelijkheid naar het eeuwige hemelse ook is, er zijn veel mooie woorden door ontstaan. Niet in de laatste plaats zijn eigen citaat uit zijn afscheidsbrief aan Amsterdam en haar burgers. Maar er gebeurde meer. 

Een oud collega van me schreef volgens mij twee minuten na de bekendmaking van ons burgervaders heengaan, één van de meest prachtige stukjes poëzie welke ik de laatste jaren gelezen heb. 


Ik ben niet snel aan de waterlanders te krijgen maar het brok dat ik in mijn keel kreeg door dit gedicht, duwde zo hard tegen mijn oogballen dat ik het gewoon niet droog kon houden. En weer verbonden woorden mij sterker met een wens één van zijn burgers te zijn. Én dwongen woorden mij tot iets dat ik eigenlijk niet wilde: waterlanderen. 

Maar ik ben dat niet. Een burger van Amsterdam. Ik woon in een andere gemeente waar even toevallig als triest de burgemeester óók aan longkanker lijdt. In juni verkondigde de burgemeester van de Gemeente Stichtse Vecht dat medici hem vertelden dat hij nog hooguit 8 tot 12 maanden te gaan had. Dan wordt het eindige van dit sterfelijk omhulsel dat ons allen dient, toch weer pijnlijk tastbaar. En blijkt de plaats waar je jezelf mee verbonden voelt weer helemaal niets uit te maken. Want hoe hard Eberhard ook knokte voor zijn stad, de dood is onverbiddelijk. We zijn allemaal direct of indirect op een gegeven moment verbonden met het vergankelijke van dit bestaan. Er zijn momenten dat ik dat geruststellend vind. ‘Gelukkig, uiteindelijk is niets zo groot en machtig dat de dood het niet overwint.’ Of ‘Het is één geruststelling dat de dood uiteindelijk ook hem of haar vindt’. 

Niet dat ik die gedachte eerder heb gehad over iemand, hoor. Niet bewust althans. En het hoeft ook niet persé een verkapte doodstraf te zijn die ik iemand toe zou wensen. Sommige mensen gebben simpelweg een voltooid leven en die wens je wellicht eindelijk eens die rust toe. Rust in vrede. Al weten we nog steeds niet zeker wat er na het Grote Vertrekken komt. 

Ik bedoel als de religieuze belofte van 97 maagden ‘ter uwer genot en vermaak’ werkelijkheid is, kan ik me zo indenken dat rustig een tukkie doen er niet een-twee-drie van komt. Althans de eerste week schat ik zo. Daarna zul je ongetwijfeld door oververmoeidheid tijdens de daad in slaap vallen. Maar niemand weet hoe het precies werkt in het hiernamaals, dus blijft het gissen. En waarom enkel maagden? Geen eunuchen? Of wat het mannelijk equivalent van een maagd ook is. Of zouden ze in het hiernamaals ook aan genderequaity doen?

Maar ik ben zo iemand die waar hij ook is, zich er thuis wil kunnen voelen. En in mijn ogen zit je een Amsterdammer of Nederlander voelen, die beleving danig in de weg als je in Nieuw Zeeland, Indonesië, Guatemala, Marokko, Ierland of waar dan ook bent. 

Maar sommige mensen kunnen echt de kluts kwijt zijn als ze ergens anders zijn. De weg kwijt, zogezegd. Van het padje. Hoewel dat is toch echt meer overdrachtelijk. Weer zo’n verward persoon. 

Nee, mensen die letterlijk niet weten waar ze zijn. Het is mij nog niet overkomen, maar het schijnt dus mogelijk te zijn. Oké de weg kwijt zijn is wel eens gebeurd, maar nog nooit de omvang van ‘Lost’ zijn welke volgende anekdote mij voorspiegelt. 

Mijn vader leefde en werkte toen nog. En zoals dat met reclamebureau’s ging in de jaren tachtig, hadden ze redelijk luxueuze bedrijfsuitjes. Nou was het reclamebureau waar mijn vader (en later ikzelf ook) werkte ‘maar’ een bureau gespecialiseerd in personeelsadvertenties, wat er in mijn ogen voor zorgde, zeker nadat ik andere, hippe, coole reclamebureaus meegemaakt had, dat het een beetje een nuffig karakter had. 

Daarom gingen ze ook niet op kosten van de zaak hele coole dingen doen, maar resulteerde het bedrijfsuitje in een dagje met de bus naar Winterberg om te langlaufen. En om de een of andere reden mocht mijn vader zijn gezin met aanhang meenemen. Want ik herinner me niet dat andere collega’s dat ook deden. Maar misschien was dat ter compensatie van het Wie-is-toch-die-man-die-elke-zondagavond-het-vlees-snijdt?-gevoel dat bij ons thuis heerste. 

Maar met de hele familie reisden we dus in de bus met allemaal collega’s van mijn vader af naar Winterberg. Mijn ouders, die allebei niet zouden langlaufen en het meer voor de gezelligheid deden, mijn oudste broer en zijn vriend, waarvan de eerste een kunstbeen had en zijn vriend niet heel erg sportief was, dus zij zouden ook niet langlaufen, mijn andere broer met zijn vrouw die jaarlijks op wintersport gaan en dus, samen met nog een paar gelijkgestemde collega’s van mijn vader, afreisden naar de enige échte skipiste die winterberg kende en die we dus verder die dag niet gezien hebben, en ik en een vriend van mij. Wij laatste twee waren de enige van ons gezelschap die wél gingen langlaufen. En dat bleek best leuk. Hoe de hele dag verliep heb ik niet zo helder meer voor de geest, maar een paar dingen weet ik nog. 

Dat die vriend van mij en ik vreselijk moesten lachen omdat mijn moeder ‘door de loipe aan het loipen was’. En dat mijn broer bij de ingang van de drank- en würststübe uitgleed, viel en zijn arm uit de kom geschoten was. Maar het meest frappante van die dag was een gegeven moment toen ik in de kantine liep en er opeens een Amerikaan tegenover me stond en die luid en duidelijk tegen me riep ‘Boy, where the fuck am i?’

Nou begrijpt u wellicht waar mijn verwondering over gaat als ik bedenk zelf nooit zo de weg kwijt te zijn dat ik niet meer weet waar ik ben. Maar deze typische, schreeuwlelijkende brulaap van een Amerikaan dus wel. Die wist niet meer waar hij was. En voelde zich genoodzaakt tegen a-select iemand –ik in dit geval– aan te brullen dat hij wel eens wilde weten waar hij de neuk nou werkelijk was. Ik kan me mijn antwoord niet meer herinneren, al zou het zomaar kunnen dat ik door deze impertinente, brute vraag zodanig verbouwereerd was, dat ik zonder antwoord te geven doorgelopen ben. 

Maar dus zelfs daar op die willekeurige plek voelde ik me niet ontheemd. Ik denk echt dat mensen die zich zo sterk verbonden voelen met één plek, die moeten wanhoop voelen wanneer ze onverhoopt op een andere plek zijn dan waar ze zich verbonden mee voelen. Maar dat ervaar ikzelf dus niet. En die Amerikaan? Geen idee wat die voelde. Vooral frustratie denk ik. Wellicht omdat hij niet op de plek was waar hij zich mee vereenzelvigde. Waar alles gaat zoals hij gewend was, in tegenstelling tot de langlaufpistes van Winterberg. 

Maar zo fundamenteel werkt vereenzelviging –of vooral het afwezig zijn bij mij van die vereenzelviging– met een plek volgens mij. Ik hoop dat Eberhard zich een beetje kan vinden op zijn nieuwe plek, de Maan.